Toekomstbestendige ouderenzorg 1

Toekomstbestendige ouderenzorg

In maart van dit jaar verscheen Tien uitgangspunten voor toekomstbestendige ouderenzorg. Het is een product van ActiZ, ANBO, CNV, FBZ, FNV, KBO-PCOB, LOC Waardevolle zorg, MantelzorgNL, NU ‘91, Patiëntenfederatie Nederland, V&VN en ZorgthuisNL. In deze periode waarin een regeerakkoord wordt geschreven en een nieuw kabinet in elkaar wordt gesleuteld is het document wellicht bedoeld als een poging om invloed uit te oefenen op het overheidsbeleid dat in de komende jaren wordt gevoerd. Is het een geslaagde poging?

Toekomstbestendige ouderenzorg 2

Uit zorg geboren
De initiatiefnemers zeggen op bladzijde 2 dat zij zich zorgen maken over hoe in de (nabije) toekomst ouderen kunnen terugvallen op dynamische ondersteuning. Ik denk dat onder dynamisch moet worden verstaan: variërend naar wisselende behoeften en onder steeds wijzigende omstandigheden. En verder: het zorgsysteem moet weer menselijke maat krijgen. Deze formulering verraadt de opvatting dat het huidige zorgsysteem daarop blijkbaar niet of niet voldoende is ingericht.

Het systeem
Het is een begrijpelijke keus om het hier te hebben over het systeem. Immers de verantwoordelijkheid voor het systeem (of stelsel) ligt bij uitstek bij de rijksoverheid. Maar wat er dan bij hoort is dat we kunnen terugvallen op of appelleren aan een actuele en doorwrochte visie op de verzorgingsstaat. Een visie die ons een heldere ordening verschaft van verantwoordelijkheden die worden toegedicht aan elke individuele burger, aan allerlei omringende (meer of minder georganiseerde) sociale verbanden zoals familie (waaronder mantelzorg), wijk en buurt, aan instellingen van particulier initiatief en aan overheden. Ik kom hier later op terug.

Uitdagingen en trends
Bladzijde 3 geeft een korte opsomming van uitdagingen en trends die partijen zien voor de lange termijn. De cijfers komen van het RIVM, het Planbureau voor de leefomgeving, het SCP en TNO en inderdaad, de opgave die hieruit kan worden afgeleid, zowel kwantitatief als kwalitatief, is immens. De nu al bestaande knelpunten (bladzijde 4) bij het organiseren en verlenen van ondersteuning en zorg doen er nog eens een schepje bovenop. Kortom: kennelijk vinden de initiatiefnemers dat het huidige stelsel piept en kraakt en, zonder ingrijpende maatregelen, tekort zal blijven schieten.

Netwerken
Opmerkelijk vond ik de zinnen op bladzijde 5 onderaan en bladzijde 6 bovenaan. Daarin staat:

  • mensen zullen in de toekomst de benodigde ondersteuning en zorg anders organiseren. Ergo: het voortouw ligt bij mensen;
  • overheden, verzekeraars en hulpinstanties vormen een netwerk dat aanvult op wat de gemeenschap nodig heeft. Ergo: het woord aanvullen bevestigt dat het voortouw ligt bij mensen, zowel individueel als in gemeenschappen;
  • ondersteuning, welzijn en zorg zal worden geboden door netwerken. Dit vergt een (mijn woorden) (gedeeltelijke) ontmanteling van instituties ten gunste van netwerken die alle levensdomeinen zullen beslaan. Ergo: bestaande organisaties staan voor de opgave om zich te heroriënteren en herorganiseren en dat is bepaald geen klein bier.

De tien uitgangspunten
De tien uitgangspunten vinden hun oorsprong in het hier en nu en volgen uit verwachtingen die in de toekomst liggen. In alle gevallen getuigen zij van een noodzakelijke verandering van strategie & beleid, in sommige gevallen (1 en 10) met een radicale inslag.

  1. Focus op de behoefte van de oudere en ruimte voor mantelzorg en lokale initiatieven.
  2. Meer eenvoud, samenhang en samenwerking.
  3. Oog voor preventie in de eigen woon- en leefomgeving van de oudere.
  4. Regie overheid op het realiseren van betrouwbare en gestructureerde uitwisseling van cliëntgegevens.
  5. Voldoende (diversiteit aan) woonvormen voor ouderen.
  6. Voldoende inzetbaarheid van professionals en het vergroten van hun werkplezier.
  7. Kansen in de zorg.
  8. Maatschappelijk debat over kwaliteit.
  9. Vergaande opschaling van innovaties en digitale zorg.
  10. Radicale streep door de bureaucratie.

Drie gezichtspunten
Deze reeks brengt mij op drie gezichtspunten die de context bepalen:

  1. de sociaal economische randvoorwaarden;
  2. de babyboom;
  3. de betekenis van het algemeen belang.

Ad 1     De sociaal economische randvoorwaarden.
Vrijwel alle Europese landen kampen met een jaarlijks overheidstekort dat in het afgelopen jaar bovendien fiks is gestegen door maatregelen in coronatijd die nodig waren om de economie overeind te houden. De teneur is inmiddels dat overheden weer een meer centrale en meer dominante positie innemen in het economisch verkeer en mede door de lage rentestand lijkt de Nederlandse overheid voorlopig nog wel te willen investeren. Maar het blijft ongewis. Onvermijdelijk komen er weer tijden dat de rijksoverheid zal vinden dat bezuinigingen en ombuigingen noodzakelijk zijn. Je kunt op je vingers natellen dat alle maatschappelijke sectoren dan aan de beurt zullen zijn met het risico dat beleid minder weegt en willekeur toeslaat. Ik wil maar zeggen: dat ligt op de loer.

Ad 2     De babyboom
Verbazingwekkend is dat evidente demografische kennis zich nauwelijks tot niet vertaalt in coherent integraal beleid van overheden. Daaruit spreekt onmacht die volgt uit het gegeven dat de departementen fungeren als voedersilo’s: los van elkaar en strikt gescheiden. Het behoeft toch geen uitleg meer – zou je denken – dat de cohorten van de naoorlogse babyboom zich en masse door de tijd bewegen. En even massaal zullen zij een beroep op ondersteuning doen. Wie in 1946 is geboren, bereikt dit jaar de leeftijd van 75 jaar. Velen van hen hebben in de afgelopen tien tot vijftien jaar in relatief goede gezondheid doorgebracht. Zij zijn alleszins relevant gebleken, bijvoorbeeld als vrijwilligers, als oppasgrootouders en als een generatie die wat te besteden heeft. Tal van sectoren, zoals toerisme en horeca hebben daarvan geprofiteerd. Maar het is niet moeilijk om te snappen dat dat gaat veranderen. Zij ontwikkelen behoeften op het gebied van toegesneden woonvormen, ondersteuning, welzijn en zorg en om daaraan tegemoet te komen zal de samenleving heel wat capaciteit nodig hebben. Ik wil maar zeggen: niks nieuws, maar toch onnoemelijk veel werk aan de winkel.

Ad 3     De betekenis van het algemeen belang
In het Afsluitend (bladzijde 11) van het document staat dat het (in de ouderenzorg) gaat om een uitdaging voor de samenleving als geheel. En elders in het stuk (bladzijde 5) dat de overheid een gedragen1 visie op de ouderenzorg moet formuleren. In dat discours zal de betekenis van het begrip verantwoordelijkheid zich uitkristalliseren, toegespitst op de plaats die individuele burgers,  gemeenschappen, organisaties, financiers en overheden innemen? In essentie moet het gaan om kwetsbaarheid en om de notie dat inherente kwetsbaarheid van (mede)burgers leidt tot inherente behoeften aan velerlei vormen van ondersteuning en zorg. De overheid springt voor deze burgers in de bres en staat pal voor de financiering van de noodzakelijke voorzieningen. Daar waar sprake is van publieke waarde, verwachten we een standvastige overheid die in het immateriële de cultuur oproept van voor elkaar zorgen en dat materieel met financiële middelen bekrachtigd. De erkenning van en de verheffing tot publieke waarde leidt er hopelijk toe dat de bekostiging van het werk voor kwetsbare mensen een vaste plaats krijgt in de financiering door de overheid van publieke voorzieningen.

Hartenkreet en indringend signaal
In de huidige tijd waarin een nieuw kabinet wordt geformeerd zal het document van tien uitgangspunten hopelijk vruchten afwerpen. Partijen hadden wat meer op de trom mogen slaan. En dat kan nog. Intussen is mijn hoop gevestigd op wat de samenleving en daarmee de politiek en het openbaar bestuur zullen aanmerken als een maatschappelijk fundament: ondersteuning bieden aan mensen die inherent kwetsbaar zijn.


1 Hier bedoeld als draagvlak.


Toekomstbestendige ouderenzorg 3

Cees Oprins

Programmaleider Leren is altijd


Reacties zijn welkom.

Geen reacties
Reactie toevoegen
Naam*
E-mailadres*
Website