Leren is altijd > Leren en verbeteren  > Werkplekleren
Werkplekleren 1

Werkplekleren

In de verpleeghuiszorg en thuiszorg wordt het belang van werkplekleren vaak onderstreept. Tegelijk blijkt dat het een woord is met veel betekenissen. Dat maakt dat gesprekken daarover moeizaam en verwarrend kunnen zijn. Dit artikel is een poging om een beetje helderheid te scheppen in betekenissen en toepassingen.

Betekenissen en voorbeelden

De handelingspraktijk van alledag biedt vele aanknopingspunten. Daarom drie voorbeelden, drie verhalen van medewerkers.

Mennouch is verzorgende niveau 3, al zeven jaar in het verpleeghuis aan het werk, nadat zij haar diploma had behaald. Ze werkt full time. Mennouch werkt voor dementerende ouderen in de formule van groepswonen. Het team waarin ze werkt heeft een vaste samenstelling, hoewel het ook gebeurt dat collega’s weggaan en dat andere daarvoor in de plaats komen. En er zijn doorlopend studenten; bol en bbl.

Voor Mennouch is werkplekleren iets alledaags. Haar voorbeelden:

  • ‘Ik zag vandaag een cliënt bewegingen maken die ik bij haar nog nooit had gezien. Ik sprak er met een collega over en die kon mij uitleggen dat bewegingen een uiting van onmacht kunnen zijn. De cliënt toont onrust.’ Deze uitleg was nieuw voor Mennouch. Ze leerde op haar werkplek.
  • ‘Een student kwam vandaag in aanraking met de behandeling van een wond. Ze vroeg mijn hulp. Ik heb haar uitgelegd wat ze zag, waar ze op moest letten, welke zalf ze moest gebruiken en hoe ze de wond moest verbinden.’ Mennouch realiseert zich dat ze haar kennis paraat had en heeft overgedragen op de student. Ze leerden beiden op de werkplek.

Goos is student, een zij-instromer. Hij is gaan werken in het verpleeghuis, nadat het vervolgen van zijn loopbaan bij de Landmacht niet langer wenselijk was. Het werk bevalt hem goed en hij hoopt over een half jaar het diploma verzorgende, niveau 3, in de pocket te hebben. Goos speelt gitaar en is vaak verrast over de effecten die hij teweeg brengt als hij gaat spelen en zingen. Goos niet alleen, ook zijn collega’s. Cliënten komen in beweging, gaan dansen, zingen of neuriën mee, (glim)lachen. Met zijn muziek raakt Goos gevoelige snaren en hij wilde graag onderzoeken hoe dat komt. Hij vroeg het collega’s, studiegenoten en docenten en zocht eindeloos op internet. Hij vond boeken, artikelen, websites en filmpjes. Het begon op de werkplek, maar inmiddels heeft hij zich verder verdiept en vindt hij ideeën en suggesties voor nieuwe toepassingen. Goos hoopt op tijd en ruimte voor experimenten, zoals het toepassen van eenvoudige muziekinstrumenten door cliënten. In zijn fantasie klinkt al de kakofonie.

Jantine wil misschien wel verpleegkundige (niveau 4) worden, maar ze moet de stappen voor het daadwerkelijk starten van de opleiding nog wel zetten. Het combineren van studeren en werken is geen kleinigheid. En ze heeft ook nog haar thuisfront. Laatst bood Truus, een volleerd verpleegkundige, haar aan om eens een dag met haar mee te lopen. Dan kon ze zien wat in de dagelijkse praktijk op haar pad komt. Dat heeft ze gedaan en die ervaring gaf haar een boost. Het was machtig interessant om te zien wat Truus in haar werk doet. Ze kijkt en luistert aandachtig, ze vraagt, ze neemt bedenktijd, ze raadpleegt de specialist ouderengeneeskunde, ze overweegt de behandelmogelijkheden, ze kiest en legt uit. Prachtig. Jantine was niet alleen onder de indruk van Truus haar kennis, maar ze zag ook welke vaardigheden nodig zijn om tot een daadwerkelijke behandeling te komen. Jantine leerde een hoop die dag, maar voelde vooral hoe haar verkregen inzicht in de werkplek haar motiveerde om de opleiding te gaan doen. Truus zei nog: ‘als je de opleiding gaat doen en je hebt mijn hulp nodig, schroom niet, ik doe het graag.’

De drie voorbeelden geven een rijkdom aan betekenissen van werkplekleren.

  • je leert onverwacht en onbedoeld van collega’s;
  • je leert doordat je uitleg geeft aan een student, die daar vervolgens ook van leert;
  • je leert door jezelf te verbazen over wat je met je gitaar en liedjes opwekt bij cliënten;
  • je leert door je eigen nieuwsgierigheid, je gaat jezelf verdiepen in de materie;
  • je leert door ruimte te vragen voor experimenten;
  • je leert door een dag te mogen meelopen;
  • je leert hoe het praktijkvoorbeeld jou motiveert en aanspoort.

Het kenmerk van deze voorbeelden van werkplekleren is dat ze van informele aard zijn. Ze zijn niet een onderdeel van een uitgestippeld en verplicht leerpad. Ze ontstaan in directe aanraking met cliënten, ze ontstaan al doende, ze ontstaan in het werk. Ze zijn van grote waarde en organisaties zijn er daarom op uit om uit het informele leren meer rendement te halen.

Rendement uit informeel leren

Informeel leren, ook al voltrekt zich dat incidenteel, draagt bij aan een prettige gemoedstoestand. Je voelt aan den lijve dat je iets hebt opgestoken en dat geeft je energie. Informeel leren wekt een aangenaam leerklimaat op. Zeker als de medewerkers hun leerervaringen met elkaar gaan delen. Informeel leren is laagdrempelig; het gebeurt vanzelf, hoewel het veel helpt als collega’s er alert op zijn en het geleerde bespreekbaar maken. Informeel leren voltrekt zich horizontaal. Hiërarchie is niet van belang, in de handelingspraktijk blijkt vanzelf wie van wie leert. Ook hier past een kanttekening. In hiërarchisch vormgegeven organisaties kan informeel leren wel een plek hebben, maar vaak ontvouwt het zich dan als toepassingen van aanleren en beleren.

Als dit het rendement is, of kan zijn, van informeel leren, dan willen organisaties graag de juiste condities scheppen om het optimale rendement daarvan te verkrijgen. Daarvoor acht (meer is mogelijk) aanbevelingen.

  1. Blijf vastberaden en vastbesloten de behoeften en verlangens van cliënten zien als het hoogste belang. De bedoeling van alles is om persoonsgerichte zorg en ondersteuning te bieden, in overeenstemming met individuele wensen van cliënten en hun naasten.
  2. Faciliteer het leren. De erkenning van het belang van leren impliceert dat medewerkers niet alleen maar uitvoeren. Er is ook tijd nodig om te reflecteren, ervaringen te delen, verdiepende kennis op te doen, nieuwe toepassingen te bedenken en uit te werken voor experimentele toepassing
  3. Betrek cliënten, naasten van cliënten en vooral ook de vrijwilligers bij het leren. Straal uit dat ieders inbreng relevant is. Kwaliteit van zorg is bij uitstek de vrucht van samenspel. Net als in de sport: teams die niet goed op elkaar zijn ingespeeld, winnen zelden.
  4. Benut de talenten van (zeer) ervaren praktijkexperts. Niet door ze uit de handelingspraktijk te halen en een hiërarchische plaats te geven. Praktijkexperts werken in de praktijk en zijn voor een deel van hun tijd vrijgesteld om een speciaal oog te hebben voor leermomenten en om vorm te kunnen geven aan leerpraktijken. Vaak zijn medewerkers die langjarig in de praktijk hebben gewerkt en in een slotfase van hun loopbaan belanden geknipt voor het vervullen van zo’n rol.
  5. Schenk veel aandacht aan de samenstelling van teams, aan de verschillende leerstijlen van medewerkers, aan de werksfeer en aan het teamklimaat want het luistert nauw. Als er spanningen zijn en als fricties tussen collega’s onbesproken blijven dan werkt het niet. Van leren komt dan niet veel terecht. Daar waar een open en ontvangende cultuur heerst, schoppen medewerkers het ver. Het tegenovergestelde gaat helaas ook op: organisaties die menen hun medewerkers te moeten beteugelen, die mensen angstvallig maken, daar heerst veelal een gesloten en repressieve cultuur die verlammend werkt op de lerende inzet van medewerkers.
  6. Zorg voor een slow start en een slow end van de werktijd. Of, om een vergelijking te maken met sportbeoefening: een warming up en cooling down. In de langzame start spelen vragen als: hoe ziet mijn dienst er uit?, zijn er bijzonderheden?, hoe zit ik zelf in mijn vel?
    In de langzame afsluiting sta je stil bij: hoe was deze dienst? wat viel op? wat ging goed, wat was lastig? wat heb ik vandaag geleerd?
  7. Maak een vaste plek (flipover of pinwand) waar de opgedane leerervaringen op komen staan. Op zo’n manier ontstaat een mooie verzameling van leerervaringen die kunnen worden gedeeld.
  8. Investeer in de eerste ontvangst van studenten, stagiaires en nieuwe collega’s. Niet eens zozeer door grootse organisatiebrede programma’s, maar door een uitstekende opvang en begeleiding in de eerste werkweken.

Formeel leren

Naast de verhalen over het informele leren en de optimalisering van het rendement daarvan, staan verhalen over formeel leren, waaronder we verstaan:

  • al het leren dat wordt aangeboden door erkende instellingen voor mbo en hbo en dat gericht is op het behalen van een erkend diploma;
  • het intern opleiden van medewerkers mits duidelijk is bepaald welke eindtermen deelnemers moeten behalen.

Husna is geknipt voor de ouderenzorg. Dat voelt ze al zo vanaf haar eerste stage. Maar het viel haar niet mee om de vereiste opleidingen te volgen. Haar huiselijke omstandigheden zijn niet makkelijk. Gelukkig ondervond ze van de docente van de ROC een enorme steunende en stimulerende kracht. Dankzij haar rondde ze niveau 1 af en maakt ze zich op voor de opleiding niveau 2 helpende zorg en welzijn. Husna heeft er vertrouwen in dat ze dit aankan, maar ze zal een helpende hand nodig hebben. Hopelijk kan de ROC haar die bieden en treft ze weer een docent die haar terzijde staat.

Op de werkplek is Husna in haar sas. Ze heeft een neus voor de wil en wensen van cliënten. Ze geeft haar ogen en oren goed de kost en geniet van de contacten met de mensen. Husna zegt: ‘ik voel het aan’. Haar collega’s zeggen: ‘dat heet intuïtie’.

Wietske werkt ruim vijf jaar in de ouderenzorg. Sinds zij haar opleiding tot verpleegkundige niveau 4 afrondde, werkt ze full time. In haar organisatie heeft zij al veel veranderingen meegemaakt. Wietske ondervindt vooral dat de verpleeghuiszorg zich verbreedt. Verzorgende en verpleegkundige handelingen zijn belangrijk, maar de invulling van de dag zeker niet minder. Welbeschouwd is dat zelfs de kern van het werk: de beleving van een waardevolle dag. Wietske denkt graag mee over activiteiten die cliënten op prijs kunnen stellen. Over haar drive op dit gebied raakte ze aan de praat met een collega die overwoog om in deeltijd de flexibele associate degree Service, welzijn & zorg te gaan doen. Was het niet een goed idee om samen aan te melden? De opleiding legt accenten op de persoonlijke en professionele ontwikkeling van de deelnemers.  Daardoor vergroten deelnemers hun bagage en creatieve vermogens om hun ondersteuning en begeleiding van kwetsbare mensen sterker te maken. De associate degree leidt tot een diploma op hbo-niveau. Leren op de werkplek is er een essentieel onderdeel van. De organisatie juicht de deelname van beide medewerkers toe. De start is in november.

Julia is verpleegkundige en heeft haar sporen in de zorg al ruimschoots verdiend. Het volgen van een opleiding heeft ze niet eerder overwogen, maar nu komt er toch iets op haar pad, waar ze grondig over nadenkt. Julia is verdraaid handig met computers en dat is in de organisatie niet onopgemerkt gebleven. Het elektronisch cliëntendossier is er al weer een paar jaar, maar kortgelden is besloten dat een leermanagementsysteem wordt aangeschaft en dat alle medewerkers de beschikking gaan krijgen over een smartphone. En nu komt het: verspreid over alle afdelingen worden mensen aangesteld die medewerkers helpen bij het onder de knie krijgen van alle elektronische toepassingen, nu en in de toekomst. Net iets voor Julia, maar om zich te kwalificeren moet zij, samen met andere kandidaten deelnemen aan een interne opleiding die wordt verzorgd door een ROC. Ze las het programma en fronste haar wenkbrauwen: leerstijlen, projectmatig werken, leerplannen maken, coachen en meer. Er zijn zes lesdagen en per module besteed je tien uur aan zelfstudie. Aan het eind wordt een toets afgenomen door een onafhankelijke en externe deskundige. Als die groen licht geeft dan krijgen de deelnemers een certificaat en kunnen zij doorstromen in de nieuwe functie van ‘aandachtsvelder zorgtechnologie’. Julia heeft geaarzeld, maar ze gaat de uitdaging toch graag aan.

Vormgeving van formeel leren

De rode draad in alle voorbeelden is dat verbinding moet worden gemaakt met de onderwijsinstellingen. Daar gelden eisen en voorwaarden, vastgelegd in curricula, kwalificatiedossiers en exameneisen. Het is geen oplossing als deze verbinding van incidentele aard is, aan de hand van toevalligheden en incidenten. Er komt meer bij kijken om de mores van verschillende werelden bij elkaar te brengen. Daarvoor zijn meerdere varianten toepasbaar. De mooiste variant is als de medewerkers/studenten de verbindende schakel zijn tussen de werkplek en de school. Zij gebruiken het praktijkleren om zich de bijhorende theorie eigen te maken en andersom. Medewerkers/studenten dragen zelf de grootste verantwoordelijkheid om het geheel (leerstof, opdrachten, toetsen) en de delen (praktijkervaringen, ontwikkelen vaardigheden, verslagen maken) te overzien. Hebben zij daarbij hulp nodig dan moeten docenten en praktijkbegeleiders coachend terzijde staan. In het verhaal van Wietske, die de opleiding Service, zorg & welzijn gaat doen, staat deze insteek centraal. Zie ook de bijdrage van Lilian Veldman, elders op deze site: https://lerenisaltijd.nl/leren-en-verbeteren/spin-in-het-web/

Studentgestuurd leren impliceert een individuele benadering, waarin voor klassikaal onderwijs minder plaats is.

Een andere variant, passend bij het verhaal van Husna, is dat vooraf een nauwkeurige afstemming heeft plaatsgevonden tussen school en werkbegeleiding. Zie hiertoe de onderstaande afbeelding: het driehoeksmodel (naar Kelchtermans, 2008 en Baert, 2011). Doel van die afstemming is dat de werkbegeleiders een grondig inzicht hebben in het leerprogramma van de medewerkers/studenten. Op de werkplek kan daardoor optimaal worden ingespeeld door praktijk te laten zien die bij de theorie past. Van geval tot geval zal afhangen of het schoolse programma leidend is of het werkplekleren. Voor interne opleidingen, zoals in het verhaal van Julia, geldt meestal dat het programma is opgebouwd op basis van grondige samenspraak tussen zorgorganisatie en de onderwijsaanbieder. In deze samenspraak kan worden meegenomen op welke manier optimaal gebruik zal worden gemaakt van praktijkleren, anders dan dat in een lokaal een training wordt afgedraaid en pas later de toepassing in de praktijk volgt.

Werkplekleren 2
Afbeelding 1: Driehoeksmodel werkplekleren

De afstemming tussen praktijkleren en schools leren zal in de toekomst wellicht (beter) worden ondersteund door de modulaire opbouw van leerprogramma’s en de mogelijkheid om deelcertificaten te halen. Deze vorm leidt tot een betere inzetbaarheid van medewerkers in de handelingspraktijk op grond van behaalde deelcertificaten.  

Samenvatting en conclusie

Werkplekleren heb je in talrijke soorten en maten. In deze bijdrage is vooral het onderscheid tussen informeel en formeel leren geïllustreerd in verhalen van medewerkers. Aan de hand van de verhalen is inzicht geboden in mogelijkheden om het hoogst haalbare rendement te krijgen. Als een zorgorganisatie ‘in eigen huis’ daaraan werkt (zie de aanbevelingen), kan dat iets makkelijker zijn, dan dat allerlei afstemmingen moeten plaatsvinden met een onderwijsinstelling. Studentgestuurd leren biedt veel kansen en mogelijkheden, omdat in dat concept ruimte wordt gemaakt voor de verbindende kracht die de medewerker/student vervult.

Bekend is dat in Nederland een ware bloementuin bestaat aan toepassingen van werkplekleren. De opvatting dat hiervan de grootste effecten uitgaan is inmiddels wel gemeengoed. Zie de afbeelding.

Werkplekleren 3
Afbeelding 2: 70:20:10

Ook over de afstemming tussen werkplekleren en schools leren is een rijke verzameling van toepassingen en ervaringen te vinden. De verwachting is dat de centrale en sturende positie van medewerkers/studenten aan betekenis zal winnen, gesteund door een groeiend stelsel van modulair leren en het kunnen behalen van deelcertificaten. Deze vormen leiden meer en meer tot persoonsgericht onderwijs. Het gedachtegoed daarvan past goed bij de heersende opvatting dat de verpleeghuiszorg en thuiszorg, onder gelding van het Kwaliteitskader, eveneens een persoonsgerichte invulling krijgt.


Link voor wie meer wil lezen over werkplekleren.
Website: https://www.canonberoepsonderwijs.nl/werkplekleren


Werkplekleren 4

Cees Oprins

Programmaleider Leren is altijd


Reacties zijn welkom.

1Reactie
  • Avatar

    Sylvia Stadhouder

    11 november 2020 at 11:06

    Wat mooi artikel met mooie voorbeelden Cees. Ik heb het ter inspiratie doorgestuurd naar de praktijkexperts. Want daar ligt het ophalen van praktijkleren van alledag.

Reactie toevoegen
Naam*
E-mailadres*
Website

Spin in het web
Vakmanschap