Agenda voor de toekomst 1

Door Cees Oprins

De spreuk van deze maand zegt over toekomst dat zij slechts te vangen is in beelden. Mahatma Gandhi sprak eens: ‘De toekomst hangt af van wat je nu aan het doen bent.’ Daarbij deed hij een appel op ieder individu: ‘Wees zelf de verandering die je in de wereld wilt zien.’ Deze en vele andere uitspraken demonstreren een veelheid van gedachten, maar ook de innerlijke tegenstrijdigheden die in het denken over de toekomst besloten liggen. Daarmee moeten we het doen, maar het mag geen excuus zijn om ons uit het veld te laten slaan.

Ik bespreek het boek Agenda voor de toekomst, Contouren van de zorg in 2025 dat, op initiatief van Beweging 2025, met medewerking van heel veel wetenschappers tot stand is gekomen. De redactie stond onder leiding van Jaap Jan Brouwer die bekend is van vele andere boeken, waaronder, recent, Nieuw Europees organiseren1.

Beweging 2025, Koplopers in de zorg
Het boek is een initiatief van Beweging 2025: een vereniging die een fundamentele verandering in de zorg tot stand wil brengen. Beweging 2025 is weer gelieerd aan Koplopers in de zorg (www.koplopersindezorg.nl) wat een platform is dat bestuurders en managers in de zorg verbindt, met de bedoeling om kennis over management, organisatie en medewerkers te verzamelen, verrijken en verdelen.

Kwetsbaar
In de samenleving staan burgers zelf aan de lat om te zorgen voor hun welbevinden en gezondheid. Tijdelijke inbreuken op gezondheid worden verholpen door huisartsen en specialisten. Het boek legt de focus op structurele vormen van kwetsbaarheid van burgers, die van de samenleving voorzieningen vragen om te behandelen en te ondersteunen. Ouderen horen hierbij. Het woord kwetsbaar weerspiegelt een ander woord: afhankelijk.

Algemene ontwikkelingen
Onder deze noemer van ontwikkelingen die zich ‘in de afgelopen jaren’ (bladzijde 26) hebben voorgedaan wordt al een zekere ordening getoond: extramuralisering, deïnstitutionalisering, zelfredzaamheid en kracht van eigen netwerken, druk op mantelzorgers, tweedelingen en verkokering. Deze ordening fungeert, blijkbaar, als een geldend raamwerk, waarin geen noemenswaardige veranderingen worden verwacht. Als 2025 de horizon is, kan ik me daar alles bij voorstellen. Maar zodra we komen te spreken over de decennia daarna, verdienen ook deze ontwikkelingen heroverweging en discussie.

Hoofdstukken
In de uitwerking van kwetsbare groepen concentreren wij ons op hoofdstuk 6 dat gaat over ouderen. Daarnaast kijken we naar de hoofdstukken 2 en 9 die over organisatie, management en medewerkers gaan. Maar ook hoofdstuk 10 (Thema’s voor de toekomst) is relevant.

Ouderen
Op latere leeftijd groeit de fysieke kwetsbaarheid en dat is verraderlijk. Vandaag sta je volop in het leven, zelfstandig en vitaal, maar even later kan dat, door ongelukken, infarcten en ernstige ziekten radicaal anders zijn. Elk mens loopt gezondheidsrisico’s, alleen op latere leeftijd nemen ze toe. In het boek heet dat: wankel evenwicht. Acute veranderingen die zich kunnen voordoen in de fysieke en mentale toestand van ouderen, hebben verstrekkende impact. Geldende stelsels en regels verhinderen vaak de mogelijkheden om op acuut optredende wijzigingen in te spelen.

Bij het hoofdstuk  Ouderenzorg in de toekomst kom ik tot de conclusie dat we de gegeven uitdagingen al wel kennen, zoals:

  • Dubbele vergrijzing
  • Zo lang mogelijk in eigen huis
  • Groeiende complexiteit van ondersteuningsbehoefte en ondersteuningsvraag
  • Kwetsbaarheid op sociaal economisch gebied (die leidt tot tweedeling)
  • Sociaal psychische kwetsbaarheid
  • Belang van zingevingsvraagstukken, het werkterrein van geestelijk verzorgenden
  • Tekorten op de arbeidsmarkt
  • Betekenis van mantelzorg en sociale netwerken
  • Belang van innovatie
  • Belang van onderzoek

De meest wringende elementen die uit de beschrijving van al deze uitdagingen bovendrijven zijn:

  1. de retoriek van marktwerking in de zorg, waaronder de inmiddels gangbare praktijk door gemeenten van aanbestedingsprocedures, slaat nergens op;
  2. de tekorten op de woningmarkt van voor ouderen geschikte woningen zijn exorbitant;
  3. het belang van preventie is groot, maar desondanks nog altijd stiefmoederlijk bedeeld;
  4. alle kwetsbaarheden doen zich op een enorm grote schaal voor (de seniorenboom);
  5. de diversiteit van kwetsbaarheden is onbegrensd en noodzakelijke ondersteuning doet zich meestal onvoorbereid en acuut voor;
  6. overheden zwabberen tussen de beginselen van de verzorgingsstaat en van de (of een) participatiesamenleving;
  7. op dorpen, buurten en wijken wordt een groot beroep gedaan, maar dat stemt moeizaam overeen met de ingeburgerde individualisering in de ontzuilde en verweesd geraakte samenleving.

Geen wonder dat oplossingen niet zomaar voorhanden zijn. Het zal nog heel wat hoofdbrekens kosten willen alle actoren een consistente lijn vinden om die te bedenken.

Organisatie, management en medewerkers
Hoofdstuk 9 gaat hierover, maar heeft als beperking dat vooral gekeken is naar de ziekenhuizen, hoewel ik meen dat veel van de geboden gezichtspunten betekenis hebben voor alle sectoren in welzijn en zorg. Sleutelwoord is: complexiteit, bijvoorbeeld op het gebied van wet- en regelgeving, zorgvraagontwikkeling, diagnose, behandeling, organisatie en financiën. Bestaande en toenemende complexiteit manifesteren zich op verschillende schaalniveaus: in het dorp, de buurt, de wijk, de gemeente, de regio, nationaal en internationaal.

Enerzijds leidt complexiteit tot denkbeelden over het primair proces en het management daarvan. Daar klinkt luid het pleidooi voor vrijheid van medewerkers: ‘Medewerkers moeten in meerdere contexten kunnen werken en de mogelijkheid hebben niet alleen zichzelf te ontwikkelen, maar ook zélf te innoveren …’. De manager van de toekomst geeft ruimte aan reflectie, gaat uit van de professionaliteit van de medewerkers …zijn stijl is coachend en faciliterend.’
Anderzijds leidt complexiteit tot fundamenteel andere gedachten over organiseren. Strakke organisatiegrenzen moeten plaatsmaken voor netwerken die recht doen aan alle onderlinge afhankelijkheden. Burger- en cliëntgerichte processen zullen leidend worden en professionals zullen in meerdere netwerken acteren, onafhankelijk van de organisatie waar zij op de payroll staan. Bestuurlijke rollen moeten in de maatschappelijke omgeving (lokaal, bovenlokaal en regionaal) worden vervuld en zullen leiden tot intensieve, domeinoverstijgende, samenwerking op meerdere schaalniveaus. Samenwerking is niet iets dat zich op een parallel spoor afspeelt, in de veiligheid van het eigen soevereine organisatiespoor. Nee, samenwerking voltrekt zich op een enkel spoor, in de trein.

Agenda voor de toekomst 2

Ten slotte
De wetenschappers winden er geen doekjes om, ze maken van hun hart geen moordkuil, ze houden zich niet in, van dik hout zaagt men planken, het komt onder uit de zak. Oftewel, het boek bevat, soms in grote letters gedrukt, heel veel krasse uitspraken Deels over of aan het adres van beleidsmakers en politiek, deels ook aan het adres van bestuurders van maatschappelijke organisaties. Het geschetste landschap voor hoe we willen omgaan met kwetsbare ouderen bevat weinig nieuwe gezichtspunten en thema’s, maar de kwestie is: als we weten wat ons te doen staat, gaan we het dan ook doen en kunnen we het aan? We is: overheden en maatschappelijke organisaties voor welzijn en zorg. Bij de wetenschappers proef ik niet veel optimisme. In de Epiloog, van prof. dr. Frits van Merode, over geleerde lessen in coronatijd, evenmin. Er is ruimte voor grote daden. Misschien van een nieuwe bewindspersoon?


1 J.J. Brouwer en J. Peters: Nieuw Europees organiseren, 2021 Van Duuren Management